Zeg maar bij wie u moet zijn

Zeg maar bij wie u moet zijn

In de loop der jaren heb ik, tijdens mijn functie als incasso-inspecteur, mensen van verschillende pluimage mogen ontmoeten. Het is een essentieel onderdeel van onze maatschappij geworden, dat er nog steeds mensen, dag in dag uit leven in een isolement. Waar anderen volop deelnemen aan het circus, dat sociale media heet, zullen mensen uit hun naaste omgeving moeten gedogen, dat elke dag niet anders zal zijn dan de volgende  dag. De toekomst heeft in feite voor hen niets te bieden. Deze groep valt tussen de wal en het schip.

Om de sleur van alledag te doorbreken, gaat men zich bezighouden met andere zaken en eigent men zich een status toe, die in eerste instantie betweterig overkomt, maar in de basis wel goed is bedoeld. Ik durf deze personen te scharen in het vakje bemoeizuchtigen, die zich zijn gaan gedragen als een ‘huismeester’ van bijvoorbeeld een flat. Je kunt ook zeggen een soort oppasser, die alles in de gaten houdt.

Ik draai mijn auto de grote parkeerplaats op. Aan de rand van deze parkeerlocatie staan vier flatgebouwen. Je kent de bebouwing wel, drie woonlagen en naast de centrale deur een bord bevestigd met naast de brievenbus het kleine naambordje met het witte knopje voor de deurbel. Verder bevinden zich aan de voorzijde van de flat balkons. Het komt regelmatig voor als ik bij dergelijke flatgebouwen aanbel, de persoon in kwestie op het balkon verschijnt en vanaf die locatie mij te woord staat. Hinderlijk vind ik het, wanneer een dergelijke conversatie plaatsvindt vanaf de derde woonlaag en dat ik al schreeuwend mijn introductiegesprek moet uitvoeren.

Nadat ik de auto heb geparkeerd, loop ik naar de betreffende flatlocatie en oriënteer mij voor het ‘schakelbord’ met daarop de namen van de bewoners, brievenbussen en deurbel. Voordat ik het adres van mijn gading heb gevonden, gaat op het balkon direct naast de centrale deur een raam open en hoor ik een vrouwenstem vragen: “bij wie moet u zijn?” Ik kijk op en zie een dame op leeftijd, half uit het raam hangen, die wacht op mijn antwoord.  Met tegenzin, want ik ben haar geen verantwoording verschuldigd, zeg ik: “dat mag ik u niet vertellen”. Schijnbaar wordt mijn reactie niet erg gewaardeerd en vanaf het balkon wordt mij toegeroepen: “wacht maar, ik kom wel even naar beneden”.  Het is mij om het even. Ik wacht de komende zaken af.

De dame in kwestie heeft de deur bereikt en deelt mee: “ik weet alles van deze flat en let altijd op, wie er aanbelt.”. Ik deel haar mee, dat ik haar inzet waardeer, maar daarentegen niet het plan heb om haar mee te delen bij wie ik moet zijn.  Het valt bij mijn gesprekspartner niet in goede aarde. Zij deelt mij mee, dat zij alle bewoners kent en dat zij bij afwezigheid hen in kennis wil stellen wie er heeft aangebeld. Wederom deel ik haar mee, dat de wet op de Privacy het niet toestaat om derden ongevraagd informatie te geven over anderen. Met een blik van onbegrip word ik door mijn gesprekspartner aangekeken.

“Wat een flauwekul”, krijg ik als reactie. ”U denkt zeker, dat u een belangrijke functie hebt en daarom geen medewerking wil verlenen aan mijn verzoek”. Ik heb geen belangstelling om in discussie te gaan en probeer het gesprek af te kappen. Ondertussen heb ik al gezien, dat naast de brievenbus bij het betreffende huisnummer het zwarte naambordje ontbreekt. Voor mij een reden om aan te nemen, dat de persoon, die ik wil bezoeken, inmiddels is vertrokken. Ik vertrek vanaf de locatie en wordt nagekeken door de “flatportier”. Als blikken konden doden…………

Voorgaande tekst staat zeer zeker niet op zichzelf. Het zijn van die situaties, waarin buurtbewoners, misschien wel in het kader van eenzaamheid, zich met zaken gaan bemoeien, die hen niet aangaan. Het kan als hinderlijk worden gezien, maar of dat ook zo mag worden gezien, durf ik in twijfel te trekken.

Toen ik het incassobureau runde en  onder weg was, werd ik regelmatig met situaties geconfronteerd, die ik kon plaatsen in het kader van een soort maatschappelijk ongenoegen. Het zal, zoals dat zo mooi wordt verwoord: “de tands des tijds zijn”. Misschien wel mede door dergelijke situaties heb ik meer begrip kunnen opbrengen voor verschillende  personages. Eenzaamheid is in deze overvolle wereld nog steeds een veelvoorkomend ongenoegen.

Je zal ook maar op een bepaalde leeftijd je uitgerangeerd voelen. De kinderen de deur uit en je (v)echtgenoot overleden. Ja dan komen de muren op je af en ga je jezelf een taak opleggen die niets om handen heeft, maar toch voor jezelf een zekere voldoening geeft. En de titel van het boek: “ eenzaam maar niet alleen ”, geschreven door een   dame op leeftijd, geeft ook geen antwoord op dit probleem.

5 gedachten over “Zeg maar bij wie u moet zijn

  1. Het zijn niet altijd leuke dingen die je hebt meegemaakt tijdens je betaalde werkzame periode. Ook zul je momenten mee hebben gemaakt met achteraf een glimlach. Ik denk dat je er wel een boek over kunt schrijven.

  2. Inmiddels zijn we 1 jaar verder en nog steeds lees ik wekelijks de blog met veel interesse alsook met veel plezier.

  3. Haha, leuk stukje, al zit er wel triestigheid in. Ik woon in een flat met een bel met beeldscherm tbv de hoofdingang, heerlijk!’

Reageren is niet mogelijk.

Reageren is niet mogelijk.